middeleeuwen

meervoud/ˈmɪdəlˌewə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) de periode tussen ongeveer 300 n.Chr. tot 1500 n.Chr.
    In de middeleeuwen zag het dagelijks leven van de mensen er totaal anders uit dan nu.
    `Zwarte Piet' of 'Pietje Pik', zo noemde het volk in de middeleeuwen de duivel.
    In de Middeleeuwen werd jaloezie geassocieerd met het verdedigen van je eer, en stond daarmee als positief te boek.

Etymologie

*, , in de betekenis van ‘tijdperk tussen Oudheid en nieuwe tijd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1756

Vertalingen

EngelsMiddle Ages
FransMoyen Âge
DuitsMittelalter
SpaansEdad Media
ItaliaansMedioevo
RussischСредневековье
Japans中世
Arabischالعُصور الوُسْطى
Poolsśredniowiecze
Zweedsmedeltiden