Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
mingroei
mannelijk (de)/ˈmɪŋɣruj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) (eufemisme) vermindering van de productieHet zou dan ook de eerste staking zijn, die uiteindelijk niet de mingroei in de economie bevorderde, maar wellicht zou kunnen leiden tot het waarmaken van Den Uyl's wensdroom: een bescheiden groei, zo niet in 1980, dan toch misschien in 1981.Het „Zaïrese kwaad” werd dit najaar door Moboetoe zelf in de zwartste kleuren afgeschilderd: de economische min-groei bedraagt 5 procent per jaar, de inflatie 60 procent, de kortetermijnschulden aan het buitenland bijna drie miljard gulden.
Etymologie
*, in de betekenis "krimp", geschreven met een koppelteken aangetroffen vanaf 1978 en zonder koppelteken vanaf 1980 (zie vindplaatsen hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek