misdaad
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmɪzdat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) zeer verwerpelijke handeling die volgens het strafrecht wordt bestraftMoord is een zware misdaad.
- (juridisch) (België) zwaarste categorie van bestrafte handelingen in het Wetboek van Strafrecht
- (juridisch) (verouderd) (Nederland) zwaarste categorie van bestrafte handelingen in Code Penal (1810-1886)
- (figuurlijk) verwerpelijke handeling (als versterking of juist ironisch)Stierenvechten is een misdaad!Hij had haar uitgelachen en die misdaad zou ze hem nooit vergeven.
- verzamelterm voor verwerpelijk gedrag dat strafrechtelijk bestraft wordtVeel misdaad komt voor uit domheid.
- mensen die het strafrecht overtreden opgevat als samenhangend geheelDe nieuwe technologie bood ook nieuwe kansen aan de misdaad.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vergrijp’ voor het eerst aangetroffen in 901
Vertalingen
Engelscrime
Franscrime
Spaansdelito, crimen
Japans犯罪
Poolsprzestępstwo
Zweedsbrott
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek