misdaad

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmɪzdat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) zeer verwerpelijke handeling die volgens het strafrecht wordt bestraft
    Moord is een zware misdaad.
  2. juridisch (juridisch) (België) zwaarste categorie van bestrafte handelingen in het Wetboek van Strafrecht
  3. juridisch, verouderd (juridisch) (verouderd) (Nederland) zwaarste categorie van bestrafte handelingen in Code Penal (1810-1886)
  4. figuurlijk (figuurlijk) verwerpelijke handeling (als versterking of juist ironisch)
    Stierenvechten is een misdaad!
    Hij had haar uitgelachen en die misdaad zou ze hem nooit vergeven.
  5. verzamelterm voor verwerpelijk gedrag dat strafrechtelijk bestraft wordt
    Veel misdaad komt voor uit domheid.
  6. mensen die het strafrecht overtreden opgevat als samenhangend geheel
    De nieuwe technologie bood ook nieuwe kansen aan de misdaad.

Etymologie

* In de betekenis van ‘vergrijp’ voor het eerst aangetroffen in 901

Vertalingen

Engelscrime
Franscrime
Spaansdelito, crimen
Japans犯罪
Poolsprzestępstwo
Zweedsbrott