missaal
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) boekje met de inhoud van de liturgie, waarin men de voortgang van de mis kan volgen
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘misboek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1392
Vertalingen
Fransmissel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek