misselijk
ˈmɪsələk
Wat is de betekenis van misselijk?
misselijk betekent: tot braken geneigd
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- tot braken geneigd
- een nare indruk makend, onuitstaanbaar
Voorbeelden van "misselijk" in een zin
- Ik heb te veel kersen gegeten, waardoor ik misselijk ben.
- Thea is een beetje misselijk en zet het op een drafje om de grote passen van haar tante bij te houden.
- Wat een misselijke streek is dat!
- Omdat ze misselijk wordt bij de gedachte aan de inhoud wil ze het eigenlijk niet eens oprapen, maar omdat niemand in haar familie het mag zien, schudt ze zichzelf wakker en stopt ze het in haar zak.
Etymologie
van Middelnederlands misselijc / misselike "verward", in de betekenis van ‘onpasselijk’ aangetroffen vanaf 1611; op te vatten als afgeleid van mis met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Vertalingen
Duitsekelhaft, elend, übel
Engelsnauseated, disgusting, abominable, nasty, repulsive
Fransdégoûtant, nauséabond, qui a mal au cœur
Spaansmareado, con náuseas, nauseabundo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek