modderpoel
mannelijk (de)/ˈmɔdərˌpul/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vijver of kuil vol slijkTuinieren is een te lieflijk woord voor wat er in de volkstuin gebeurt. Het is eerder tuinvechten. Er wordt onophoudelijk gestreden tegen de elementen, waarbij de verschillen tussen de schrijver en de redacteur overduidelijk zijn: Peter wil planten vanuit zaad opkweken, Jens koopt stekjes – en hij is een groot snoeier. De tuin is aan het begin een modderpoel, maar wordt nooit een paradijs. Elk jaar begint de cyclus van werkzaamheden opnieuw: de strijd tegen het zevenblad, verzakking. Intussen gaat het leven door. Valens schrijft het vloeiend op, met neologismen die zo van Koot of Campert hadden kunnen zijn: ‘Ten tweede is de Flora zwart-wit, zodat de lezer de kleuren eigenbreinig moet invullen, niet bepaald de specialiteit van de huidige generaties, die gewend zijn dat alles wordt gefotoot.’ NRC A. Fortuin 24 februari 2016
- (figuurlijk) omgeving waar veel verwerpelijk gedrag voorkomtDe tv-rubriek Nieuwsuur wist met interne e-mails van IT’ers bij Justitie aannemelijk te maken dat zij onder het bewind van minister Opstelten juist niet mochten doorzoeken in de databases naar een zoekgeraakte schikking met een crimineel. Dat was namelijk politiek ongewenst, althans onnodig. Waarom zou dat zijn? Mogelijk omdat de minister de Kamer daarover steeds verkeerd had ingelicht? En de eventuele bevestiging daarvan niet in zijn politieke belang was? De reacties in de Kamer op deze spectaculaire ontwikkeling waren heftig. Uitdijende ‘modderpoel’. Kwalijk, schadelijk, verbijsterend, onbetrouwbaar. NRC 27 januari 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek