modder
mannelijk (de)/ˈmɔdər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mengsel van aarde, vuil en waterHaar laarzen waren helemaal besmeurd met modder.Albert kan zijn gezicht niet zien, het is met modder bespat. {{Aut|Lemaitre, PierreIk verloor een schoen in de zuigende modder, en mijn in kous gestoken voet zakte diep en met een soppend geluid weg in de derrie.
Etymologie
* In de betekenis van ‘mengsel van aarde en water’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Vertalingen
Engelsmud
Fransboue
DuitsSchlamm
Spaansbarro, fango, lodo
Italiaansfango
Portugeeslama
Deensmudder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek