modelbouw
mannelijk (de)/moˈdɛlbɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het maken van schaalmodellenDe modelbouwhobbyist had een heel dorpje gebouwd bij zijn modelspoorbaan.Veel voorbijgangers blijven bij Harold van der Hoeff (62) uit Utrecht voor het raam staan om het landschap te bewonderen. Hij bouwt dit kerstlandschap sinds een jaar of negen op met zijn neefje Tonnie. Alle eer gaat dit jaar naar hem, geeft hij toe. Hij vertelt er niet veel over, behalve dat 'gewoon leuk is met kerst' net als de modelbouw en met 'het treintje spelen'. NRC 19 december 2016
Vertalingen
Engelsmodelbuilding, model building
Fransmodélisme
DuitsModellbau
Italiaansmodelismo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek