modus

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van modus?

modus betekent: wijze, manier

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wijze, manier
  2. grammatica (grammatica) grammaticale categorie waarmee de relatie wordt aangegeven tussen een werkwoord en de werkelijkheid
  3. filosofie (filosofie) hoedanigheid, toestand of wijziging van iets
  4. informatica (informatica) een 'toestand' waarin een computerprogramma of gebruikersinterface zich kan bevinden
  5. juridisch (juridisch) last, verplichting
  6. muziek (muziek) toonladder als schema voor de vorming van een melodie
  7. statistiek (statistiek) binnen een frequentieverdeling van een statistische variabele de waarde of klasse met de grootste frequentie

Betekenis en uitleg van modus

Het woord 'modus' verwijst naar een bepaalde manier of wijze waarop iets gebeurt of gedaan wordt. Het kan ook duiden op een specifieke toestand of stand van iets, zoals in de context van muziek of statistiek.

Je gebruikt 'modus' vaak in situaties waarin je het hebt over methoden of manieren van handelen. In de statistiek verwijst het bijvoorbeeld naar de meest voorkomende waarde in een dataset. In de dagelijkse taal kan het ook gebruikt worden om de manier aan te duiden waarop iemand zich gedraagt, bijvoorbeeld in een bepaalde 'modus' van denken of voelen.

Voorbeelden

  • Tijdens de vergadering ging iedereen over in een creatieve modus om nieuwe ideeën te bedenken.
  • In de statistiek is de modus de waarde die het vaakst voorkomt in een gegeven set gegevens.
  • Toen hij in een sportieve modus verkeerde, was hij veel gemotiveerder om te trainen.

Woordoorsprong

Het woord 'modus' komt uit het Latijn, waar het 'wijze' of 'maat' betekent. Het is verwant aan woorden als 'modificatie' en 'model'.

Veelgestelde vragen over modus

Wat is de betekenis van modus?

modus betekent: wijze, manier

Hoeveel betekenissen heeft modus?

modus heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft modus?

modus is een mannelijk (de).

Etymologie

* Leenwoord uit Latijn modus ‘maatstaf, het maat houden; wijze, manier’.

Vertalingen

Spaansmodo