moed
mannelijk (de)/mut/
Wat is de betekenis van moed?
moed betekent: dapperheid, lef, branie
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dapperheid, lef, branie
- inborst, stemming, gemoed
- vertrouwen op een goede afloop
Voorbeelden van "moed" in een zin
- De moed zakte in zijn schoenen toen hij die wankele brug zag.
- Nu begint de moed weg te zakken, en ze durft niet bij de vrouw binnen te vallen.
- Ze dreigt de moed te verliezen.
- In goede moed ging hij uit fietsen.
- De atlete had er nogal moed op; een podiumplaats lag binnen haar mogelijkheden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘flinkheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Uitdrukkingen
- de moed opgeven — de hoop verliezen
- de moed erin houden — blijven hopen
- de moed zakt me in de schoenen — heel bang worden, alle hoop verliezen
Vertalingen
Engelscourage, mood
Franscourage, humeur
DuitsMut
Spaansvalor, coraje, valentía
Japans勇気
Poolsodwaga
Zweedsmod
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek