moeder
vrouwelijk (de)/ˈmudər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) vrouwelijke ouderIs er een Griekse mythe voor het verlangen dat je, zoals Oedipus, niet met je moeder maar met je schóónmoeder naar bed zou willen? In De Kookwinkel zie ik de langwerpige rasp liggen van meer dan honderdtwintig euro, maar dan heb je wel een stuk gereedschap dat is ontworpen door Rodrigo Otazu.
- persoon of zaak die op een moeder lijkt omdat dit het oorspronkelijk voortbrengende is bijv. moederbedrijf
- het oudste en belangrijkste element van een verzamelingEn zo was ik ineens klaar voor de moeder aller tochten, de PCT.
Etymologie
:Oost: : modar
Uitdrukkingen
- Bij moeders pappot blijven — Niet verder kijken dan het eigen huis; thuis blijven wonen
- Daar helpt geen lieve moeder aan — Daar helpen zelfs lieve woordjes niet
- {{informeel — nld
- Moeders wil is wet — Wat moeder wil, dat gebeurt
- Niet moeders mooiste — Gezegd van iemand die of iets wat erg lelijk, afstotelijk e.d. is
- Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast — Door voorzichtigheid wordt schade voorkomen
- Zo moeder, zo dochter — een vrouw lijkt op haar moeder
Vertalingen
Engelsmother
Fransmère
DuitsMutter
Spaansmadre
Italiaansmadre
Portugeesmãe
Russischмать
Japansお母さん, 母
Koreaans어머니
Turksanne
Poolsmatka
Zweedsmor, moder
Deensmor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek