moeder

vrouwelijk (de)/ˈmudər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) vrouwelijke ouder
    Is er een Griekse mythe voor het verlangen dat je, zoals Oedipus, niet met je moeder maar met je schóónmoeder naar bed zou willen? In De Kookwinkel zie ik de langwerpige rasp liggen van meer dan honderdtwintig euro, maar dan heb je wel een stuk gereedschap dat is ontworpen door Rodrigo Otazu.
  2. persoon of zaak die op een moeder lijkt omdat dit het oorspronkelijk voortbrengende is bijv. moederbedrijf
  3. het oudste en belangrijkste element van een verzameling
    En zo was ik ineens klaar voor de moeder aller tochten, de PCT.

Etymologie

:Oost: : modar

Uitdrukkingen

  • Bij moeders pappot blijvenNiet verder kijken dan het eigen huis; thuis blijven wonen
  • Daar helpt geen lieve moeder aanDaar helpen zelfs lieve woordjes niet
  • {{informeelnld
  • Moeders wil is wetWat moeder wil, dat gebeurt
  • Niet moeders mooisteGezegd van iemand die of iets wat erg lelijk, afstotelijk e.d. is
  • Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkastDoor voorzichtigheid wordt schade voorkomen
  • Zo moeder, zo dochtereen vrouw lijkt op haar moeder

Vertalingen

Engelsmother
Fransmère
DuitsMutter
Spaansmadre
Italiaansmadre
Portugeesmãe
Russischмать
Japansお母さん, 母
Koreaans어머니
Turksanne
Poolsmatka
Zweedsmor, moder
Deensmor