monding
vrouwelijk (de)/ˈmɔndɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) plaats waar een rivier uitkomt in zee of meer, of waar een zijrivier in een grotere rivierJe moest de Grote Aqua volgen tot bijna aan de monding. {{Aut|Herzen, Frank
Etymologie
* van monden
Vertalingen
Engelsmouth
Fransembouchure
DuitsMündung
Spaansdesembocadura
Italiaansfoce
Portugeesfoz
Russischустье
Koreaans하구
Poolsujście
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek