monitoren

/ˈmoniˌtorə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) controle uitoefenen op een proces b.v. via een monitor controleren
    Hij was de systemen aan het monitoren
    De fabrieksverantwoordelijke kon alle productieprocessen in zijn kantoor monitoren

Etymologie

*: "monitor" met de uitgang -en

Vertalingen

Engelsmonitor