monitoren
/ˈmoniˌtorə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) controle uitoefenen op een proces b.v. via een monitor controlerenHij was de systemen aan het monitorenDe fabrieksverantwoordelijke kon alle productieprocessen in zijn kantoor monitoren
Etymologie
*: "monitor" met de uitgang -en
Vertalingen
Engelsmonitor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek