montage
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het monteren
- samenstelling van audio-visuele fragmenten, iets dat gemonteerd is
- het samenstellen van audio-visuele of fysieke onderdelen, montage periode
Etymologie
* van monteren
Vertalingen
Engelsedit, assembly, composing
Fransmontage
DuitsMontage, Zusammenbau
Spaansmontaje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek