moraliteit
vrouwelijk (de)/ˌmoraliˈtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (filosofie) leer van de gewoontes en deugdenMoraliteit gaat over de waarden en normen die we meekrijgen om 'goed' te handelen. Zoals: je mag niet stelen.In de beleving van veel mensen hebben moraliteit en markt bitter weinig met elkaar gemeen. Markten zijn onderdeel van de wereld van rationaliteit en efficiëntie, waarin geen ruimte is voor de zachte krachten van het morele gelijk. Moraliteit hoort thuis in de wereld van normen en waarden, waarin emoties de boventoon voeren.
- (sociologie) overeenstemming van gedrag met de geldende gewoontes en deugdenIn een interview in de Filmkrant zegt Õunpuu er het volgende over: „Overal zie je hetzelfde gebrek aan moraliteit, die totale uitbuiting uit de naam van geld en gewin. Ons wordt een loer gedraaid.”
- (toneel) in de middeleeuwen populair soort toneelstuk met een sterke morele strekking, waarin deugden en ondeugden als personen worden voorgesteldDe moraliteit, het middeleeuwse equivalent van educatiekunst, lijkt een bescheiden comeback te maken. Eerder dit jaar was een moderne versie van de ridderroman Sir Gawain and the green knight in de bioscopen te zien, nu komt theatercollectief URLAND met een enscenering van het Middelnederlandse toneelstuk Elckerlijc. In beide verhalen draait het om een personage dat verantwoording moet afleggen voor zijn daden en onderweg allegorische personages ontmoet die hem bijstaan of van zijn pad dreigen af te brengen.
Etymologie
*via Middelnederlands """ van "moralité", op te vatten als afgeleid van "moraal"
Vertalingen
Engelsmorality
Spaansmoralidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek