motorfiets

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmotɔrˌfits/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een gemotoriseerd voertuig op twee of drie wielen (met een cilinderinhoud groter dan 50 cc indien het een verbrandingsmotor betreft)
    In Tain l'Hermitage wordt elk jaar zo'n file nagebootst met klassieke voertuigen. Vaak dragen chauffeurs en passagiers kleding uit de jaren vijftig en zestig, terwijl ze begeleid worden door gendarmes in originele uniformen, op klassieke motorfietsen. Van levensader tot nostalgisch themapark, een zwartkijker zou in de Nationale 7 een metafoor voor Frankrijk kunnen zien.

Etymologie

* Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘tweewielig motorvoertuig’ voor het eerst aangetroffen in 1902

Vertalingen

Engelsmotorcycle
Fransmoto
DuitsMotorrad
Spaansmotocicleta, moto
Italiaansmotocicletta