motorhelm
mannelijk (de)/ˈmotɔrˌhɛlᵊm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) (hoofddeksel) een helm die het hoofd van een motorrijder beschermt bij een ongelukHet dragen van een motorhelm is tijdens het motorrijden verplicht.
- helm gebruikt door misdadigers om onherkenbaar te blijvenHet is even na 3.00 uur ’s nachts en het blijft zweterig weer. Vanachter een roodwit politielint kijken buurtbewoners stil toe, terwijl toegesnelde persfotografen en cameralieden het toneel vastleggen. De slachtoffers hebben hun zwarte motorhelmen nog op, maar zijn blootsvoets. Twee zwerfkatjes komen uit een paar bosjes tevoorschijn en beginnen te snuffelen aan de lijken tot een politieman ze wegjaagt. NRC Floris van Straaten 7 oktober 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek