motoriek

vrouwelijk (de)/ˌmotoˈrik/

Wat is de betekenis van motoriek?

motoriek betekent: (biologie) het vermogen om het lichaam(sdeel) te bewegen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) het vermogen om het lichaam(sdeel) te bewegen

Voorbeelden van "motoriek" in een zin

  • In de ontwikkeling van kinderen speelt motoriek een grote rol.
  • Ze verloren alle gevoel en motoriek, het enige wat ik kon doen was blijven bewegen om niet helemaal te vergaan van de kou en de pijn.

Veelgestelde vragen over motoriek

Wat is de betekenis van motoriek?

motoriek betekent: (biologie) het vermogen om het lichaam(sdeel) te bewegen

Welk woordgeslacht heeft motoriek?

motoriek is een vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je motoriek in een zin?

Voorbeeld: “In de ontwikkeling van kinderen speelt motoriek een grote rol.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘beweeglijkheid in gedrag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1954

Vertalingen

DuitsMotorik