motorjas

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmotɔrˌjɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jas die door materiaal en uitvoering berijders van een motorfiets bij een val bescherming kan bieden, tegenwoordig meestal kort
    En mijn zusje kreeg de raad een motorjas te kopen als het weer op oorlog zou uitdraaien. "Zo'n leren kledingstuk maakt je minder kwetsbaar voor kogels, je kunt er voedsel in verstoppen, erin slapen, hij helpt tegen de kou. Heb je geen geld meer, dan kun je hem verkopen."
  2. geschiedenis (geschiedenis) lange jas die de berijder van een motorvoertuig warm kon houden
    Hij stak van het hoofd tot de voeten in een lange motorjas, droeg eene klak, die niet alleen zijne ooren, maar ook gedeeltelijk zijn gezicht bedekte, en had voor zijne oogen een paar ronde, geweldig groote schutglazen.