motorongeluk

onzijdig (het)/ˈmotɔrˌɔŋɣəˌlʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ongeval waarbij één of meer motorfietsen betrokken zijn
    Emily en haar man zijn een paar weken nadat ze hier is geweest allebei omgekomen bij een motorongeluk in Frankrijk.'Hij maakte proppen van oude kranten en stak een lucifer aan. Àrmstrong was een Zuid-Afrikaan. Een autocoureur.'
    Scheurtje in nekwervel voor Plat na motorongeluk: 'Ontzettend mazzel gehad'