muiter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. opstandeling die het bevoegd gezag omverwerpt en zelf de leiding neemt, met name in de scheepvaart en in het leger
    Lezend over de veelbesproken rots zie ik Büch er aanmeren, rondlopen en enthousiast in de camera vertellen over de roemruchte geschiedenis. Pitcairn is onlosmakelijk verbonden met de meest legendarische muiterij die de wereld ooit heeft gekend: die op de Bounty. In 1789 zetten opstandelingen de kapitein met zijn getrouwen overboord, waarna ze ervandoor vluchtten. Tijdens een zwerftocht langs verschillende eilanden verlieten enkele muiters de boot, maar ook werd er een groep van elf Tahitiaanse vrouwen en zes mannen meegenomen. Volkskrant RONALD GIPHART 23 juni 2011
  2. opstandeling in andere omstandigheden
    De jongste dagen zette Trump persoonlijk alle zeilen bij: hij sprak - telefonisch of in tête-à-têtes in het Witte Huis - met ruim 120 Republikeinse ‘muiters’. Hij dreigde en deed beloften, in wat volgens anonieme getuigenissen een regelrechte koehandel was. Het heeft enkelen overtuigd, maar onvoldoende. Een affront voor de king of the deal. de Standaard ZATERDAG 25 MAART 2017

Etymologie

* van muiten

Vertalingen

Engelsmutineer