musicus

mannelijk (de)/ˈmyziˌkʏs/

Wat is de betekenis van musicus?

musicus betekent: (muziek), (beroep) iemand die muziek maakt en ten gehore brengt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek, beroep (muziek), (beroep) iemand die muziek maakt en ten gehore brengt

Voorbeelden van "musicus" in een zin

  • De musici zwaaien naar de man en verlaten zijn kamer. Groot: „Deze meneer probeerde zijn ene hand bij de andere te krijgen. Misschien wilde hij voor ons klappen.” Een verpleegkundige begint even later een gesprekje met de patiënt over de gespeelde muziek. Reformatorisch Dagblad Gert de Looze 12-01-2019 [https://www.rd.nl/muziek/een-menselijke-noot-op-de-intensive-care-1.1540287 Een menselijke noot op de intensive care]

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘toonkunstenaar’ voor het eerst aangetroffen in 1635

Vertalingen

Engelsmusician
Fransmusicien
DuitsMusikant, Musiker
Spaansmúsico
Italiaansmusicista
Portugeesmúsico
Russischмузыкант
Arabischموسيقار