musicus
Wat is de betekenis van musicus?
musicus betekent: (muziek), (beroep) iemand die muziek maakt en ten gehore brengt
Betekenis
- (muziek), (beroep) iemand die muziek maakt en ten gehore brengt
Voorbeelden van "musicus" in een zin
- De musici zwaaien naar de man en verlaten zijn kamer. Groot: „Deze meneer probeerde zijn ene hand bij de andere te krijgen. Misschien wilde hij voor ons klappen.” Een verpleegkundige begint even later een gesprekje met de patiënt over de gespeelde muziek. Reformatorisch Dagblad Gert de Looze 12-01-2019 [https://www.rd.nl/muziek/een-menselijke-noot-op-de-intensive-care-1.1540287 Een menselijke noot op de intensive care]
Betekenis en uitleg van musicus
Een musicus is iemand die zich professioneel of gepassioneerd bezighoudt met muziek, zoals het spelen van een instrument of het zingen. Deze persoon kan solo optreden of deel uitmaken van een ensemble, en brengt vaak emoties en verhalen over via hun muzikale creaties.
Het woord 'musicus' wordt vaak gebruikt in de context van mensen die actief zijn in de muziekwereld, zoals klassieke musici, jazzmuzikanten of popartiesten. Het kan een bredere betekenis hebben, waarbij het ook verwijst naar componisten en arrangers. In gesprekken over muziek kunnen we het woord gebruiken om onderscheid te maken tussen amateurs en professionals.
Voorbeelden
- De musicus speelde een betoverende sonate die het publiek in vervoering bracht.
- Na jarenlang oefenen, besloot ze als musicus op te treden in lokale cafés.
- Tijdens het festival ontmoette ik een getalenteerde musicus die zijn eigen nummers schreef.
Woordoorsprong
Het woord 'musicus' is afgeleid van het Latijnse 'musicus', wat 'betreffende de muziek' betekent. Het is verwant aan woorden in andere talen die ook muziek en muzikale kunsten beschrijven.
Veelgestelde vragen over musicus
Wat is de betekenis van musicus?
musicus betekent: (muziek), (beroep) iemand die muziek maakt en ten gehore brengt
Welk woordgeslacht heeft musicus?
musicus is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van musicus?
Synoniemen van musicus zijn: muzikant, toonkunstenaar.
Hoe gebruik je musicus in een zin?
Voorbeeld: “De musici zwaaien naar de man en verlaten zijn kamer. Groot: „Deze meneer probeerde zijn ene hand bij de andere te krijgen. Misschien wilde hij voor ons klappen.” Een verpleegkundige begint even later een gesprekje met de patiënt over de gespeelde muziek. Reformatorisch Dagblad Gert de Looze 12-01-2019 [https://www.rd.nl/muziek/een-menselijke-noot-op-de-intensive-care-1.1540287 Een menselijke noot op de intensive care]”
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘toonkunstenaar’ voor het eerst aangetroffen in 1635