muzikant
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek), (beroep) iemand die muziek maakt
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘muziekbeoefenaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1669
Vertalingen
Engelsmusician
Fransmusicien
DuitsMusiker, Musikant
Spaansmúsico
Italiaansmusicista
Russischмузыкант
Arabischموسيقار
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek