muskaat

mannelijk/vrouwelijk (de)/mʏsˈkat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) als specerij gebruikte noot van de muskaatboom
zelfstandig naamwoord
  1. oenologie (oenologie) wijn gemaakt van de muskaatdruif

Etymologie

*(m): (verkorting) van muskaatwijn of van ("vin" of "raisin") "muscat"

Vertalingen

Engelsnutmeg