muskadel
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tuinbouw) muskaatdruif
- (oenologie) (zoete) wijn gemaakt van deze druif
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zoete wijnsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1253
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek