na-ijver

mannelijk (de)/ˈnaɛivər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jaloezie, afgunst
    Dat wekte bij hem veel na-ijver op.

Etymologie

*, geschreven met een koppelteken volgens ; in de betekenis van ‘jaloezie’ aangetroffen vanaf 1635

Vertalingen

Engelsjealousy
Spaanscelos, envidia