naaf

mannelijk/vrouwelijk (de)/naf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. centrale as of middenstuk van een wiel of rad
    De spaken verbinden de naaf met de velg van een fietswiel.

Etymologie

:: : naba

Vertalingen

Engelshub, nave
Fransmoyeu
DuitsNabe
Spaansbuje, cubo
Italiaansmozzo
Poolspiasta