naaf
mannelijk/vrouwelijk (de)/naf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- centrale as of middenstuk van een wiel of radDe spaken verbinden de naaf met de velg van een fietswiel.
Etymologie
:: : naba
Vertalingen
Engelshub, nave
Fransmoyeu
DuitsNabe
Spaansbuje, cubo
Italiaansmozzo
Poolspiasta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek