naaktslakken
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (buikpotigen) een onderorde van weekdieren uit de klasse buikpotigen (). Naaktslakken hebben geen slakkenhuis en zijn hierdoor zeer gevoelig voor uitdroging omdat ze zich niet kunnen terugtrekken in een afsluitbaar huisje, ze houden het alleen uit in een vochtige omgeving
Etymologie
* "naaktslak" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek