naargeestigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het heel somber en onvriendelijk zijn van karakterVandaag, op een zonnige voorjaarsdag in april, is er van de naargeestigheid nog maar weinig te merken. Hagelwitte gebouwen in de zon, groene gazons en een uitnodigend poortgebouw zorgen voor een sfeer die nog maar weinig te maken heeft met vroeger.
- iets dat onvriendelijk en somber is
Etymologie
* afleiding van naargeestig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek