nababbelen
/ˈnabɑbələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) op een ondoordachte manier doorvertellen wat je van anderen hebt gehoordWe spreken af dat ik zal proberen te voorkomen dat andere media de Volkskrant nababbelen - sommige dingen herken ik, andere ook niet.
- (inerg) nadat een gebeurtenis is afgelopen daar nog wat informeel met elkaar over pratenJan Vertonghen bleef woensdagavond nog tot laat nababbelen in de mixed zone van het Koning Boudewijn-stadion na de 4-2 zege van zijn België op Nederland.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek