nababbelen

/ˈnabɑbələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op een ondoordachte manier doorvertellen wat je van anderen hebt gehoord
    We spreken af dat ik zal proberen te voorkomen dat andere media de Volkskrant nababbelen - sommige dingen herken ik, andere ook niet.
  2. inerg (inerg) nadat een gebeurtenis is afgelopen daar nog wat informeel met elkaar over praten
    Jan Vertonghen bleef woensdagavond nog tot laat nababbelen in de mixed zone van het Koning Boudewijn-stadion na de 4-2 zege van zijn België op Nederland.