nachtjapon

mannelijk (de)/ˈnɑxtjaˌpɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lang kledingstuk dat vrouwen en kinderen aandoen wanneer ze naar bed gaan
    Ze deed haar nachtjapon aan, wenste haar man een goede nacht en knipte het licht uit.
    Luc en ik lagen al bij Babbedde op de logeerkamer, toen er aangebeld werd. Het was mijn moeder. Ze stond in haar witte nachtjapon voor de deur om ons allebei nog een nachtzoen te geven. {{Aut|Sandes, David

Vertalingen

Engelsnightgown
DuitsNachthemd
Spaanscamisa de dormir