nadar

mannelijk (de)/ˈnadɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hek dat aan soortgelijke hekken kan worden vastgemaakt en zo een verplaatsbare stevige afscheiding vormt om publiek op een veilige afstand te houden
    De coureurs zoefden voorbij het café. (…) Gust klapte enthousiast aan de nadar en de vrouw zwaaide met haar hond boven de mensen.

Etymologie

*(eponiem): genoemd naar de fotograaf Nadar steeg 26 september 1864 met een grote luchtballon in Brussel op, waarbij de straten werden afgezet met speciaal voor die gebeurtenis gemaakte dranghekken. Deze hekken kregen in het de naam "barrières Nadar"