nagelbijter
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zenuwachtig persoon die veel op zijn of haar nagels bijt
- iets dat zo spannend is dat het nagelbijten veroorzaaktEerder op de dag behaalde De Sousa voor het eerst in zijn carrière de halve finales van een PDC-major door Smith na een ware nagelbijter met 16-14 te verslaan. De Portugees was tegen de Engelsman al snel flink op dreef en kwam op een 8-2 voorsprong. Maar daarna kwam Smith sterk terug en maakte hij er 8-8 van.Lijsttrekkersverkiezing CDA wordt nagelbijter: Mona Keijzer is vandaag afgevallen, zodat alleen Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt nog in de race zijn. Bij de partijtop nemen de zenuwen ondertussen toe.
Etymologie
* afleiding van (nomact) nagelbijten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek