napi
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnapi/
Wat is de betekenis van napi?
napi betekent: (bloemplanten) bepaald soort klimplant , een soort yam die onder meer voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort klimplant , een soort yam die onder meer voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika
- (voeding) langwerpige wortelknol van , die van binnen wit, paars of zwart kan zijn en veel zetmeel bevat
Voorbeelden van "napi" in een zin
- Het dorp blijkt verlaten. Het heeft ongeveer vijftig huizen en er rondomheen liggen aanzienlijke kostgronden, beplant met bananen, napi, jamsi, kasaba (cassave: manihot esculenta) en mais.
- In verminderde, zij het nog in voldoende opvallende mate, worden de talrijke aardvruchten, die vroeger de ‘bulk’ van het Creoolse dieet uitmaakten, nog gegeten; producten als tajer, napi, zoete cassave, jams en switi-patata in gekookte vorm, en vooral bananen (bana) rijpe en groene.
Etymologie
*via "napi"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek