napi

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnapi/

Wat is de betekenis van napi?

napi betekent: (bloemplanten) bepaald soort klimplant , een soort yam die onder meer voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort klimplant , een soort yam die onder meer voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika
  2. voeding (voeding) langwerpige wortelknol van , die van binnen wit, paars of zwart kan zijn en veel zetmeel bevat

Voorbeelden van "napi" in een zin

  • Het dorp blijkt verlaten. Het heeft ongeveer vijftig huizen en er rondomheen liggen aanzienlijke kostgronden, beplant met bananen, napi, jamsi, kasaba (cassave: manihot esculenta) en mais.
  • In verminderde, zij het nog in voldoende opvallende mate, worden de talrijke aardvruchten, die vroeger de ‘bulk’ van het Creoolse dieet uitmaakten, nog gegeten; producten als tajer, napi, zoete cassave, jams en switi-patata in gekookte vorm, en vooral bananen (bana) rijpe en groene.

Etymologie

*via "napi"