nappa
onzijdig (het)/ˈnɑpa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gedekt, doorgeverfd (aan beide kanten dezelfde kleur) leer dat meestal afkomstig is van lams- of schapenhuid
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘nappaleer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1943
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek