narigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van narigheid?
narigheid betekent: ellende, verdriet, penarie, troosteloosheid, sores, malheur, pijn, rottigheid.
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ellende, verdriet, penarie, troosteloosheid, sores, malheur, pijn, rottigheid.
Voorbeelden van "narigheid" in een zin
- Hij vertelt Job niet waarom hem de narigheid is overkomen.
Etymologie
*afgeleid van narig
Vertalingen
Engelsmisery
Spaansmiseria
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek