narwal
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (walvisachtigen) bepaald soort zeezoogdier, walvis uit de poolstreken, die 4 tot 5 meter lang wordt waar bij een mannetjes nog een lange slagtand bij komtDe wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. De bijnaam van de narwal is "eenhoorn van de zee".
Etymologie
*van "narhval", in de betekenis van ‘walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1660
Vertalingen
Engelsnarwhal, unicorn whale, narwhale
Fransnarval
DuitsNarwal
Spaansnarval
Italiaansunicorno
Portugeesnarval
Zweedsnarval
Deensnarhval
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek