naschok

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een aardbeving die plaatsvindt binnen korte tijd (enkele uren tot enkele dagen) na een andere, grotere aardbeving (de hoofdschok)
    Een aardbeving gaat vaak gepaard met vele naschokken
    Midden-Italië is op woensdagochtend opnieuw geraakt door aardbevingen, driemaal in één uur. De naschokken van de bevingen waren nog tot in Rome voelbaar. De Italiaanse premier Paolo Gentiloni heeft tegen de Italiaanse media gezegd dat tot dusver geen doden lijken te zijn gevallen. NRC Len Maessen 18 januari 2017