natellen

/ˈnatɛlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. opnieuw tellen ter controle
    Iedere avond moest ik het geld natellen om te zien hoeveel we die dag verdiend hadden.
    Vier instellingen die zorg leveren in de twee gemeenten stapten naar de rechter. „Je kunt op je vingers natellen dat een aanbesteding als deze leidt tot een afname van kwaliteit van jeugdzorg”, aldus hun advocaat Petra Heemskerk van juristenkantoor CMS. „Dit is een maatschappelijk vraagstuk”, zegt Erik Laarhoven, lid van de raad van bestuur van GGZ Rivierduinen, een van de betrokken jeugdzorginstellingen. De instellingen wilden met de gang naar de rechter nabootsing van de aanbesteding à la Alphen voorkomen. „We voorzagen dat anders veel meer gemeenten deze methode zouden toepassen”, zegt Laarhoven. NRC Ingmar Vriesema 5 oktober 2016

Etymologie

*samensteling na en tellen

Uitdrukkingen

  • dat kun je op je vingers natellendat kun je makkelijk controleren, je hebt er zelfs geen pen en papier voor nodig