natuurzone
mannelijk/vrouwelijk (de)/naˈtyrzɔːnə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebied waar flora en fauna zich zonder veel menselijke ingrepen kunnen ontwikkelen, in contrast met nabijgelegen gebieden waar mensen wonen en werkenVan den Kieboom stapte hier rond in de modder terwijl hij een toelichting gaf op het plan om dit gebied om te vormen tot een natuurzone tussen de binnenstad en de Binnenschelde.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek