nautiek

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de wetenschap die zich bezighoudt met de praktische en theoretische stuurmanskunst om op een veilige wijze een schip zo snel en economisch mogelijk van de ene plaats naar de andere te brengen
    Rob van Zanten, directeur van Nautiek Vaaropleidingen in Amsterdam, staat bekend als een watersportondernemer die met succes in zijn eigen regio initiatieven ontplooit om ervoor te zorgen dat watersport onverminderd een volkssport blijft.
    In Zeeburg leren de kinderen bij zeilschool Nautiek de kneepjes van het vak tussen de flatgebouwen in de IJhaven. "We hebben zeker 10 procent meer cursisten dan vorig jaar.

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelsnautical science, navigation