navigeren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- plannen en volgen van een route op een schip, een vliegtuig etc.
- schipperen, omzichtig te werk gaan in de omgang met mensen
- internetten, surfen
Etymologie
* van het Franse naviguer ()
Vertalingen
Engelsnavigate
Fransnaviguer
Spaansnavegar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek