nawinter
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het laatste deel van de winter; het vroege voorjaar„Daar is zout sproeien in de zogenaamde voor- en nawinter verplicht”, weet R. Aartsen, rayon manager van de importeur van de nieuwe strooimachines. Alleen in de winter mag daar in barre omstandigheden nog droog zout op het wegdek worden aangebracht. Reformatorisch Dagblad 18-01-2002 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/unieke-proef-brabant-tegen-gladde-wegen-1.198971 Unieke proef Brabant tegen gladde wegen]Zelfs al zou het "gat' in de ozonlaag veertig procent bedragen, dan is er voor de gezondheid van de bevolking weinig tot niets aan de hand. Het gat zou slechts tijdelijk in de nawinter verschijnen, een periode waarin de zon door haar lage stand nog nauwelijks kracht heeft. NRC 6 februari 1992 [https://www.nrc.nl/nieuws/1992/02/06/ozongat-7131877-a1311162 Ozongat]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek