nazi

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnazi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) oorspronkelijk: aanhanger, lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP) een politieke partij in het Duitsland van de jaren 1920 tot 1945
    De nazi's scandeerden 'Heil Hitler' tijdens de massavergadering waar Adolf Hitler het woord voerde.
  2. politiek (politiek) aanhanger van het nazisme of een soortgelijke fascistische, racistische of antisemitische ideologie
    Tegenstanders zeggen dat hij een onvervalste racist en zelfs nazi is.

Etymologie

*van "Nazi", in de betekenis van ‘nationaal-socialist’ voor het eerst aangetroffen in 1930

Vertalingen

Engelsnazi
Fransnazi, nazie
DuitsNazi
Spaansnacional-socialista, nacionalsocialista, nazi