neerkijken

/ˈnerkɛikə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) ~ op: een lage dunk van iemand hebben
    Er is op die mensen altijd neergekeken.
    Neerkijken en afgeven op gelovigen, alsmede het opeisen van de openbare ruimte in ruil voor de zondagsrust, zijn standaard onderdeel van de populaire én politieke cultuur geworden. (Ruben L. OppenheimerTom-Jan Meeus NRC 19 maart 2016)
  2. naar omlaag kijken
    Dit is hoe het paradijs eruit moet zien, dacht ik toen ik neerkeek over het beloofde land.