neerzakken

Betekenis

werkwoord
  1. naar beneden gaan
    Ik zakte teleurgesteld neer op een houten bankje naast het raam en opende het gastenboek van het café dat als ‘trail-register’ fungeerde.
    Dankzij soms fikse hoogteverschillen - niet iedere wandelaar is er blij mee - levert dat telkens grandioze vergezichten op. Voor wie het te veel wordt: geen paniek, je kunt altijd neerzakken op het strand of bij een van de restaurants langs de route, waar de vis en wijnen wachten.