negotie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (handel) "handel", het handel drijven
- (handel) handelswaar waarmee iemand een kleine handel drijft met name bij venters en marktkoopliedenLeo Slachmuylders, kruidenier in Sint-Pieters-Leeuw, sluit na 42 jaar zijn buurtwinkeltje. Zo’n verhaal vertedert. Waar is de tijd dat familiezaakjes van vader op zoon op dezelfde plek dezelfde negotie dreven? Bij de Slachmuylders had het zo wel 160 jaar geduurd, achterhaalde Het Laatste Nieuws. Nu is het voorbij. Geen mens die er immers aan denkt het handeltje over te nemen. Niet meer van deze tijd. Hoe kan een eenmansbedrijfje nog optornen tegen de grootdistributie? de Standaard 07/02/2014Polderdieke, de legendarische Eibergse die zo'n honderd jaar geleden de catering van Berkelpolderaars verzorgde en met een kinderwagen vol negotie door Eibergen en omgeving trok, was zaterdagmorgen een van de hoofdpersonen rond de viering van 25 jaar Historische Kring Eibergen Tubantia 17-09-2011
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn of Frans, in de betekenis van ‘handel’ voor het eerst aangetroffen in 1520
Uitdrukkingen
- Geld is de ziel van de negotie — Zonder geld kan geen handel worden gedreven
Vertalingen
Engelsbusiness
Spaanscomercio, negocio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek