negus

mannelijk (de)/neˈɣʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) titel van de keizer van Ethiopië
    Dan kwam de oorlog in Abessinië, de witgejurkte krijgers van de negus, Haile Selassie, die rennend voor de tanks van Mussolini vluchtten.
    Handelsmissies zijn welkom in het rijk van de negus, maar met het godsdienstig fanatisme waarmee jezuïeten en capucijnen het islamitische rijk bestoken moet het voor eens en altijd afgelopen zijn.
zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) warme wijn met suiker en specerijen toebereid
    {{ouds

Etymologie

*[B] (eponiem) naar de bedenker, de 18e-eeuwse Engelse kolonel