nek
Wat is de betekenis van nek?
nek betekent: (anatomie) achterste gedeelte van de hals
Betekenis
- (anatomie) achterste gedeelte van de hals
Voorbeelden van "nek" in een zin
- Haar nek deed pijn en haar hoofd bonkte.
- Ik droeg een pet met een lange achterflap om mijn nek te beschermen tegen de zon.
- Maar Teresa zweeg, met haar blik nog steeds op de uitgebrande kerk gericht, en het was alsof Olive de harde, donkere haarpunten in haar eigen nek voelde vallen.
Betekenis en uitleg van nek
De nek is het gedeelte van het lichaam dat het hoofd verbindt met de rest van de romp. Het is een flexibele structuur die niet alleen ondersteuning biedt, maar ook beweging mogelijk maakt, zoals draaien en buigen van het hoofd.
Het woord 'nek' wordt vaak gebruikt in verschillende contexten, zoals in gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld nekpijn) of in meer informele uitdrukkingen. Je zou het kunnen gebruiken om de aandacht op iets te vestigen, bijvoorbeeld als je zegt dat iemand 'zich in de nek laat kijken'. Dit geeft aan dat ze niet oplettend zijn of dat ze iets gemist hebben.
Voorbeelden
- Na een lange dag achter de computer had ik een vervelende stijve nek.
- Ze draaide haar nek om de drukte achter zich te kunnen zien.
- Tijdens de yoga-les leerde ik hoe ik mijn nek beter kon ontspannen.
Woordoorsprong
Het woord 'nek' heeft zijn oorsprong in het Oudnederlands en is verwant aan vergelijkbare woorden in andere Germaanse talen, zoals het Duitse 'Nacken'.
Veelgestelde vragen over nek
Wat is de betekenis van nek?
nek betekent: (anatomie) achterste gedeelte van de hals
Welk woordgeslacht heeft nek?
nek is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je nek in een zin?
Voorbeeld: “Haar nek deed pijn en haar hoofd bonkte.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘achterste deel van hals’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Uitdrukkingen
- De nek [durven] uitsteken — Een bepaald risico durven nemen (ten behoeve van iets anders)
- Iemand de nek toekeren — Niets meer met iemand te maken willen hebben (≈ iemand de rug toekeren)
- Iemand met de nek aankijken (aanzien) — Iemand negeren en minachtend behandelen
- Iemand op de nek zitten — Iemand continu controleren om te zien of diegene het opgedragen werk goed doet, al af heeft, etc.
- Ik heb geen ogen in mijn nek! — Ik kan niet zien wat er achter me gebeurt!
- Nek aan nek — Op gelijke positie voortgaan bij een race
- Over zijn nek gaan — overgeven, vomeren
- Tot aan/over zijn nek in de problemen/schulden, ... zitten — Heel veel problemen, schulden e.d. hebben