nematoden
/ˌnemaˈtodə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wormen) stam , ronde langwerpige dieren zonder segmenten, maar met een spijsverteringsstelsel, met vermoedelijk meer dan een miljoen soorten die zijn aangepast aan een grote verscheidenheid van leefmilieus
Etymologie
*leenvertaling van Neolatijn "nematoda", gevormd met "νῆμα" (nema) "draad", op te vatten als "nematode" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek